Notarieel ondernemerschap: nee, tenzij…?
Stadsvilla Sonsbeek, 2023. Een zaal vol kandidaat-notarissen. Het eerste Ontspannen Meesterschap Event is in volle gang. Het thema van deze dag: ‘Notaris worden, waarom zou ik?’
Veel vragen gingen over beren op de weg naar het worden van notaris: “Kan ik wel notaris worden als ik maar één rechtsgebied doe?” “Hoe weet ik wat ik overneem, als niemand iets zegt over de cijfers?” “Hoe combineer ik het notaris-zijn met mijn gezin?”
Bij de borrel zegt een deelnemer tegen mij: “Ik had al besloten dat ik geen notaris wilde worden… maar na vandaag ga ik er toch nog eens over nadenken.”
De vragen die op het event gesteld werden, zijn vragen die ik sindsdien in veel meer contexten ben tegengekomen. In coachtrajecten, intervisiegroepen, trainingen. En inmiddels weten we: het is niet zomaar een gevoel van een paar vakgenoten. In februari 2026 verscheen het WODC-rapport Staat van het Notariaat deel II, uitgevoerd door Pro Facto in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid. De conclusie was helder: de ambitie om notaris-ondernemer te worden daalde van 70% in 2020 naar 47% nu. In zes jaar. Voor mij geen verrassing (ik schreef er eerder dit jaar al een essay over: geen generatiedingetje, maar een systeemfout).
Wil ik dit eigenlijk wel?
In trainingen die ik geef voor kandidaat-notarissen die willen nadenken over hun koers, komt er vroeg of laat altijd één thema bovendrijven. Niet de inhoud van het vak, niet de procedure, niet de soms lastige cliënten.
Dat thema is ondernemerschap.
En dan niet als vaag en abstract begrip, maar alltijd concreet en persoonlijk: wat doet het met mijn relatie als ik eindverantwoordelijk ben? Wat als het financieel tegenvalt? Wat als ik het niet aankan?
De combinatie van een gezinsleven en een eigen kantoor, de bijbehorende risico’s, de onzekerheid over wat je eigenlijk overneemt. Het zijn de beren op de weg naar het notarisambt.
Het WODC-rapport bevestigt wat ik in mijn trainingen en coachtrajecten al jaren zie: dit is geen individuele twijfel, het is een beroepsgroepbreed probleem. Werk-privébalans staat met 60% bovenaan als knelpunt bij kandidaat-notarissen. Tuchtrechtelijke aansprakelijkheid op twee met 55%. Twee van de drie meest gehoorde zorgen in mijn trainingszaal, keurig in de top drie van een landelijk onderzoek.
En tegelijk: als we in de zaal het woord ondernemerschap loskoppelen van het beeld dat eraan kleeft, verschuift er iets. Iemand zegt: “Als het zo mag… zou ik het misschien wél willen.” Dat zinnetje hoor ik elke keer. En het zegt meer over het probleem dan alle drempels samen.
Jouw definitie, niet die van het plaatje
De term ‘ondernemerschap’ wordt gebruikt alsof het voor iedereen hetzelfde betekent. Maar vraag tien mensen wat het voor hen betekent en je krijgt tien verschillende antwoorden.De vraag is dus niet of je ondernemer wilt zijn, maar wat dat voor jóu zou kunnen betekenen. De vraag is dus niet of je ondernemer wil zijn, maar wat dat voor jóu zou kunnen betekenen. En die vraag beantwoord je niet met een spreadsheet.
In een oefening die ik gebruik, vraag ik deelnemers om een situatie te beschrijven die hen irriteerde of juist energie gaf. Aan de hand van drie vragen gaan we op zoek naar wat eronder zit: wat maakte dit voor jou zo belangrijk, wat zegt dat over wat jij nodig hebt om goed te kunnen werken, en zie je dat terug in hoe jij verantwoordelijkheid wilt dragen? Via gedrag komen we zo uit bij wat er echt onder zit: kernwaarden.
Die oefening levert elke keer iets op wat mensen niet verwachten. Iemand denkt zekerheid als kernwaarde te hebben en ontdekt dat het eigenlijk vrijheid binnen kaders is. Iemand anders denkt dat hij geen ondernemer is en merkt dat hij al jaren het meest energiek wordt van het bouwen aan iets. Niet van het afmaken. Van het bouwen.
Zolang we ondernemerschap blijven framen als zwaar, commercieel en risicovol, haken precies de mensen af die het notariaat nodig heeft.
Wat als we het begrip ondernemerschap opnieuw bekijken? Niet als functie of etiket, maar als houding. Als vaardigheid. Regie nemen over hoe je werkt, waar je voor staat en wat je wél en níet op je bord neemt. Dat mag ook binnen loondienst, ook in een samenwerkingsvorm, een gefaseerde opvolging, een gedeeld eigenaarschap. Er zijn veel meer vormen dan het dominante beeld suggereert. Welke vorm bij jou past, begint bij de vraag wat ondernemerschap voor jóú betekent. Wat past bij jouw kernwaarden, jouw leven, jouw ritme?
En die vraag stellen lukt pas als je over een paar hardnekkige drempels heen bent.
De drempels
De boekhouding blijft gesloten. Cijfers worden niet inzichtelijk gemaakt. Je wordt eigenlijk gevraagd een huis te kopen waarvan je alleen de gevel hebt gezien. Nooit de fundering, nooit de staat van het dak. De kandidaat vraagt er niet (meer) om, de notaris deelt de cijfers niet. En dan is er ook nog de goodwill: 38% van de kandidaat-notarissen ervaart goodwill bij overname als zeker knelpunt, terwijl slechts 12% van de zittende notarissen dat zo ziet. Hoe kun je een goed gesprek voeren als je niet dezelfde cijfers ziet?
Dan de combinatie van petten: notaris, werkgever, ondernemer, poortwachter, tegelijk. Dat is veel. En ja, de eindverantwoordelijkheid blijft bij jou. Maar eindverantwoordelijk zijn en alles alleen doen zijn twee verschillende dingen. Dat onderscheid maken we te weinig.
Angst regeert mee, stilletjes. Voor klachten, voor het tuchtrecht, voor economische tegenslag. Wie elke ochtend begint met een tuchtzaak in de Notamail, voelt zich op een gegeven moment de volgende op de lijst. Terwijl de angst voor tuchtrecht vaak veel groter is dan de werkelijkheid rechtvaardigt. De angst komt niet voort uit wat het tuchtrecht ís, maar uit wat we dénken dat het is. Onbekend maakt onbemind. En onbemind maakt bang. Meer daarover lees je hier.
Rolmodellen ontbreken. Wie laat zien dat je ook met rust, samenwerking en een gezond privéleven notaris kunt zijn? Zolang het dominante beeld de notaris is die ’s avonds nog mailt, in december vraagt wat verlof is en over werkdruk zegt ‘wen er maar aan, zo is het nu eenmaal’, denken mensen met een gezin: dat past niet bij mij. En eerlijk? Als dat het enige beeld is dat je hebt, is die conclusie volkomen logisch.
En dan: er lijkt maar één route te zijn. Die van de solitaire overname, waarbij je als nieuwbakken notaris in je eentje het wiel uitvindt: personeel, boekhouding, bedrijfsvoering, procedure, allemaal tegelijk. Iemand zei het onlangs tegen me: “Toen ik notaris werd, vond ik al doende het wiel uit. Net als veel vakgenoten. Ik had, zeker het eerste jaar, graag een sparringspartner gehad.” Terwijl er zoveel meer mogelijk is: samenwerking, gefaseerde opvolging, gedeeld eigenaarschap, of juist een goed draaiend eenmanskantoor met de juiste mensen om je heen. Maar die vormen zijn weinig zichtbaar. En wat je niet ziet, kies je niet.
Wat er gebeurt als het anders mag
De meesten haken niet af omdat ze geen notaris willen zijn. Ze haken af omdat ze geen zin hebben in het beeld dat ze erbij hebben.
Zodra er ruimte komt om het anders te bekijken, ontstaat er iets nieuws. Ik zie het gebeuren als ik in een training vraag: wat betekent ondernemerschap eigenlijk voor jóú? Niet wat het hoort te betekenen. Niet wat je erover hebt gehoord. Maar wat jij er zelf onder verstaat.
Dan valt er meestal een stilte.
Daarna vertel ik dat ik notarissen ken die hun eigen kantoor runnen en tegelijk jonge kinderen hebben. Die niet vijf dagen per week op kantoor aanwezig zijn. Die bewuste keuzes maken over wat ze wel en niet doen. En ik vertel over mezelf: dat ik als ondernemer dingen uitbesteed waar ik geen tijd meer voor wil maken of die ik minder goed kan dan een ander.
En dan verschuift er iets in de zaal. Iemand zegt het zacht, bijna voor zichzelf: “Als het zo mag… zou ik het misschien wél willen.”
Daar is dat zinnetje weer.
Want er is zoveel meer mogelijk dan de meesten denken. Je kunt bouwen en bijdragen en leiden zonder jezelf op te offeren. Op een manier die bij jou past. In een tempo dat klopt voor jou. Met de mensen naast je die jij zelf kiest.
Dat is voor mij de kern. Ondernemerschap is geen label dat je past of niet past. Het is een beweging, een vaardigheid. Iets wat aantrekkelijk wordt zodra iemand voelt: ik mag het op mijn manier doen. En die manier mág afwijken. Sterker nog: ze móet afwijken, als we willen dat het vak toekomst heeft.
Die ruimte is er. Maar je moet haar wel opzoeken.
Wat wordt er voor jou mogelijk als ondernemerschap ook anders mag?