Veiligheid op de werkvloer: de onderstroom die alles bepaalt

Maandagochtend. Mijn eerste werkdag op een nieuwe plek. Op mijn bureau staat een prachtige bos bloemen naast een mapje met een handig wie-doet-wat-overzicht. Mijn inloggegevens liggen al klaar. Het voelt als een warm welkom: alles is tot in de puntjes geregeld. Ik krijg nog meer zin om te beginnen.

Steeds stiller

Tijdens de lunch valt me iets op. Gesprekken verstommen zodra iemand aanschuift. Blikken worden afgewend. Er klinkt een lachje als iemand de ruimte verlaat. Eerst wuif ik het weg: zal wel aan de drukte liggen. Maar na een paar weken doe ik het zelf ook. Ik stel minder vragen, laat grapjes achterwege, houd me afzijdig. Mijn lijf voelt zwaar als ik naar de lunchruimte loop. Schouders een beetje opgetrokken, spieren licht gespannen, adem hoger dan normaal.

Het blijft niet bij die lunch-momenten. In vergaderingen deel ik alleen wat veilig voelt. Ideeën parkeer ik. Kritische vragen slik ik in. Zelfs bij de waterkoker houd ik mijn zinnen kort. Niet omdat ik niets te zeggen heb, maar omdat ik niet weet wat er met mijn woorden gebeurt. En hoe vaker dat gebeurt, hoe meer ik het gevoel krijg dat ik mezelf stukje bij beetje kwijt raak.

Uitnodiging of waarschuwing?

Soms zegt de notaris in een overleg: “Als er iets gebeurt, trek vooral aan de bel.” Bedoeld als een uitnodiging, maar het voelt als een waarschuwing. Met elke oproep wordt de sfeer stroever. Zijn uitnodiging werkte in de praktijk als aanmoediging om vooral te melden wat er misging bij een ander. Het stimuleerde klikken en praten óver elkaar, in plaats van met elkaar. Daarmee sloot het aan bij de sfeer die ik tijdens de lunch al voelde: alertheid, wegkijken en ingehouden woorden.

Mijn enthousiasme wordt minder. Mijn energie sijpelt langzaam weg. Waar ik begon met zin in dit avontuur, ben ik vooral bezig met overleven. Ik ben op mijn hoede, weeg mijn woorden en stop steeds meer van mezelf weg. Mijn vrolijk werken verandert ongemerkt in overleven. Ik doe mijn werk, houd mijn hoofd boven water, maar mijn onvrede groeit. En dat neem ik mee naar huis. Ik word prikkelbaar, pieker meer. Ben constant moe.

Wanneer het wél werkt

Ik weet ook hoe het anders kan, heb ook gewerkt in teams waar je hardop mag denken en waar fouten en vragen erbij horen. Waar verschillen niet worden weggemoffeld, maar leiden tot betere oplossingen. In zo’n sfeer mag je zeggen wat je vindt, juist als het schuurt. Daar was ruimte voor plezier, groei en samenwerking. Daar voelde ik energie op mijn werk én ontspanning thuis.

Op dat eerste kantoor hield ik het niet lang vol. Het kostte me te veel energie. Op dat tweede kantoor werkte ik met plezier en leerde ik iedere dag iets nieuws. Het contrast was enorm.

Het verschil? Veiligheid. De stille factor die bepaalt hoe we samenwerken, zonder dat we het er vaak over hebben.

Wat je lijf vertelt

Steeds opnieuw blijkt veiligheid doorslaggevend. Toch vinden we het vaak lastig om er woorden aan te geven. Het gesprek erover voeren vraagt moed en kan ongemakkelijk voelen. Maar zodra we het wél doen, ontstaat er ruimte voor vertrouwen, samenwerking en werkplezier.

Vanuit mijn werk met het autonome zenuwstelsel weet ik: ons lijf voelt feilloos aan of een omgeving veilig is. Zit ons zenuwstelsel in de chillzone, dan kunnen we verbinden, helder communiceren en echt aanwezig zijn. Voelen we ons onveilig, dan schakelt ons systeem razendsnel over naar vechten, vluchten of bevriezen. Dat gebeurt automatisch. En precies dát verklaart waarom je soms je woorden inslikt of jezelf kleiner maakt. Ik herinner me hoe mijn schouders zich aanspanden zodra ik de lunchruimte binnenliep, nog voor er één woord was gezegd. En niet alleen mijn schouders spanden zich aan, ook andere spieren in mijn lijf waren gespannen en mijn ademhaling zat hoger dan anders. Zo subtiel werkt het zenuwstelsel.

En pas als ons systeem ontspant, als onze chillzone online is, durven we ons echt te laten zien.

Wat er in je lijf gebeurt, zie je terug in hoe je je gedraagt. Voel je je gespannen of onveilig, dan trek je je sneller terug, zeg je minder en word je voorzichtiger. Dat gedrag stapelt zich op en vormt patronen die ook in het notariaat zichtbaar zijn. Vooral in een context met hiërarchie en de druk om geen fouten te maken versterken die reacties elkaar. Zo krijgt de onderstroom van (on)veiligheid vorm in de dagelijkse praktijk.

Patronen in het notariaat

In het notariaat zie je die patronen van spanning en terughoudendheid duidelijk terug. Hiërarchische verhoudingen spelen daar vaak een grote rol in. Op zichzelf hoeft hiërarchie geen probleem te zijn: het kan ook structuur en duidelijkheid bieden. Zodra hiërarchie afstand creëert in plaats van richting geeft, houdt het mensen klein en zorgt het ervoor dat ze zich sneller inhouden.

Dat klinkt misschien abstract, maar in de praktijk zie je het terug in vaak kleine dingen. Zoals die keer dat ik bij de printer kwam en de daar wachtende collega’s opzij stapten en zeiden: “Ga jij maar eerst, jij bent de kano.” Daarmee gaven ze aan dat mijn rol belangrijker was dan die van hen. Onzin natuurlijk, maar wel tekenend voor hoe diep hiërarchie kan doorwerken in de dagelijkse omgang.

En precies daar raakt het de onderstroom van (on)veiligheid: zodra hiërarchie niet alleen structuur geeft maar ook afstand creëert, gaan mensen zich kleiner maken, woorden inslikken en ontstaat er minder ruimte voor openheid.

Een ander patroon dat ik vaak zie, is de constante druk om geen fouten te maken. Die druk maakt dat mensen nog meer op hun woorden letten, fouten verhullen of ze koste wat kost proberen te vermijden. Het houdt een cultuur in stand waarin voorzichtigheid het wint van creativiteit en waar spanning makkelijk oploopt. En net als bij die uitnodiging om vooral ‘aan de bel te trekken’, kan ook die druk uitmonden in een sfeer van controle en klikken. In plaats van openheid ontstaat er dan een sfeer waarin mensen elkaar meer in de gaten houden dan dat ze elkaar ondersteunen.

In gesprekken met anderen hoor ik hoe dit hun dagelijks werk beïnvloedt. Mijn ervaring staat dus niet op zichzelf. Of je nu notaris, kandidaat, klerk of medewerker bent: de onderstroom van veiligheid bepaalt hoe we ons gedragen, hoeveel plezier we ervaren en hoe we als beroepsgroep vooruit kunnen.

Uitnodiging tot gesprek

Herken jij iets van mijn verhaal? Heb jij gewerkt in een team waar je je inhield? Of juist in een team waar je je vrij voelde? Wat maakte voor jou het verschil? En wat merk je vandaag in jouw lijf en je werk als het om veiligheid gaat?

Over die onderstroom van (on)veiligheid en hoe je daar invloed op hebt, gaat ook de Jaartraining Ontspannen Meesterschap.

Een traject waarin we onderzoeken hoe je rust, vertrouwen en helderheid brengt in jezelf én in je team.

Nieuwsgierig geworden?