AI in het notariaat: wat er niet in de folder staat

Een doordeweekse middag. Ik loop de spreekkamer binnen met het dossier in mijn ene en een glas thee in mijn andere hand. De cliënt zit al klaar. Voor haar op tafel ligt een stapeltje papier, bij elkaar gehouden door een paperclip.

“Ik heb mijn testament al uitgewerkt,” zegt ze. “ChatGPT heeft me geholpen. Kun jij er even je handtekening onder zetten?”

Ik sta even stil en onderdruk een zucht. ‘O man, daar heb je er weer zo eentje’, schiet door mijn hoofd. Ik loop naar mijn stoel, ga zitten en haal diep adem.

“Wat goed dat u zo voorbereid bent,” zeg ik. En dat meen ik ook. Ze heeft nagedacht over haar nalatenschap, tijd gestoken in iets wat de meeste mensen voor zich uitschuiven.

Drie mensen, één tafel

Niet iedereen die met een ChatGPT-document binnenkomt, doet dat om dezelfde reden. Dat merk ik elke keer opnieuw.

Er zijn cliënten die denken kosten te besparen. Het notariaat is duur, dat weten ze. Als een gratis tool het werk alvast doet, scheelt dat toch een deel van de rekening? Logisch gedacht. Begrijpelijk zelfs. Alleen werkt het zo niet en dat gesprek mag gevoerd worden zonder dat iemand zich dom hoeft te voelen.

Er zijn cliënten die niet dom willen overkomen. Ze komen met een document omdat ze willen laten zien dat ze meedenken, dat ze het serieus nemen. Dat document is eigenlijk een schild. Achter dat schild zit vaak iemand die het ingewikkeld vindt en dat niet durft te zeggen.

En er zijn cliënten voor wie ChatGPT gewoon het nieuwe Google is. Ze googelden vroeger ook op juridische termen en kwamen met uitgeprinte artikelen aan. Nu is het een gegenereerde tekst. Zelfde behoefte, andere tool.
Drie mensen. Drie beweegredenen. Drie verschillende gesprekken. Maar bij allemaal begint het gesprek niet bij de akte. Het begint bij het pantser.

Want wie met een door AI gegenereerd document aan tafel schuift, gelooft er ook in. ChatGPT zegt het toch? Dan zal het wel kloppen. Dat geloof is begrijpelijk. We zijn gewend dat een zoekmachine ons de feiten geeft, dat een app ons de route wijst. Waarom zou een AI-tool het dan bij het verkeerde eind hebben?

Dat maakt het gesprek ingewikkeld. Want je kunt niet beginnen met ‘dit klopt niet’. Niet bij de persoon die trots is op haar voorbereiding. Niet bij degene die juist laat zien dat hij het serieus neemt. En niet bij degene die gewoon dacht: zo regelen mensen dit tegenwoordig toch?

Je begint bij de mens achter de akte. Bij de vraag wat hij eigenlijk wil regelen en waarom dat belangrijk voor hem of haar is. Bij wat er misschien nog niet eens uitgesproken is, maar wel degelijk een rol speelt. Een testament is zelden alleen maar een technisch document. Er zit een verhaal achter. Soms een pijnlijk gesprek dat nooit gevoerd is. Soms een angst. Soms een wens om iemand te beschermen of juist iets recht te zetten.

Pas als je dat verhaal kent, kun je samen beoordelen wat er op papier moet staan. En waarom de twintig pagina’s van ChatGPT daar maar een klein deel van zijn.

Wat ChatGPT niet weet

En er is meer aan de hand dan alleen het gesprek dat nog gevoerd moet worden.

ChatGPT weet niet hoe — bijvoorbeeld — een Nederlands testament goed in elkaar steekt. Het kent de Nederlandse wetgeving niet, voelt de spanning tussen de wensen van een cliënt en de wettelijke vereisten niet aan en heeft geen idee welke vraag ik nog moet stellen voor ik aan schrijven toekom.

Het produceert tekst die er overtuigend uitziet. Dat is iets anders dan een akte die klopt.

En dat is geen kleinigheid. Generatieve AI kan overtuigende maar onjuiste output produceren: foutieve clausules, verkeerde wetsverwijzingen, advies dat juridisch nergens op slaat. Dat is geen theorie: advocaten werden recent gewaarschuwd nadat zij door AI gegenereerde processtukken indienden met niet-bestaande jurisprudentie. Een kantonrechter noemde het gebruik van verkeerde verwijzingen ‘kwalijk’, omdat het de belangen van de cliënt schaadt.

In het notariaat liggen de risico’s niet anders. De cliënt die die twintig pagina’s zo zorgvuldig heeft samengesteld, heeft geen idee. En de notaris blijft eindverantwoordelijk. Altijd. Een fout die door de menselijke controle heen glipt, is geen fout van de machine. Het is een fout van de professional die tekende.

Betekent dit dan dat we AI maar beter helemaal links kunnen laten liggen?
Wat mij betreft niet. Ik gebruik AI zelf ook, elke dag. Als schrijfmaatje, als sparringspartner, voor het ontwikkelen van trainingen. Ik experimenteer, probeer dingen uit, gooi soms de helft weg. En ik heb inmiddels genoeg output gezien om te weten hoe verleidelijk het is om iets klakkeloos over te nemen. Het ziet er goed uit. Het klinkt logisch. Totdat je doorvraagt. Waarom staat dit er? Klopt dit wel? Waar komt dit vandaan? Die vragen zijn geen extra stap. Ze zijn de enige manier waarop AI bruikbaar is. Maar in de praktijk zie ik dat die houding lang niet altijd vanzelfsprekend is.

AI-tools in het notariaat: de belofte en de valkuil

Neem deze situatie. Een demo van een AI-tool voor het notariaat. Mooie interface, vlotte presentatie. Het systeem genereert in een paar seconden een conceptakte. “Dit bespaart uw kantoor uren per week.” De notarissen in de zaal knikken.

Dan stelt iemand een vraag. “Waar gaat onze data naartoe?”

Korte stilte. “Naar beveiligde servers.” “Waar staan die servers?” “Dat kan ik zo niet zeggen.”

Uit de andere kant van de zaal klinkt een volgende vraag: “Wordt de invoer gebruikt voor het trainen van de AI?” “Jazeker.”

De demo gaat verder. Niemand komt erop terug.

Dit zijn niet zomaar technische vragen.

Notariële dossiers bevatten wat mensen het liefst verborgen houden: familieverhoudingen, financiële situaties, conflicten die al jaren sudderen. Dat vertrouwen is de basis van ons vak en het is juridisch ook stevig verankerd. De AVG, het beroepsgeheim, de Wet op het notarisambt, de Wwft: ze stellen allemaal eisen die niet verdwijnen omdat een systeem snel werkt. Sinds augustus 2024 is de AI Act daar nog bij gekomen, met strengere eisen voor precies de toepassingen waar in die demo zo enthousiast over werd gedaan: cliëntbeoordeling, identiteitscontrole, documentanalyse.

Wat dat in de praktijk betekent: notarissen moeten weten waar data wordt opgeslagen, of invoer wordt gebruikt voor modeltraining en of het systeem voldoet aan de AVG en de AI Act. En sinds februari 2025 geldt er nog iets: de AI Act verplicht AI-geletterdheid. Herkennen wanneer AI wordt ingezet, begrijpen hoe het werkt, weten hoe je er verantwoord mee omgaat. Dat is geen aanbeveling meer. Het is een wettelijke verplichting.

Als er iets misgaat, slaat dat juridisch terug op het kantoor. Niet op het systeem. Niet op de leverancier. Op de notaris die tekende. Tuchtrechtelijk, want de KNB koppelt AI-geletterdheid direct aan vakbekwaamheid. Civielrechtelijk, want wie de AI Act niet naleeft staat meteen zwakker als een cliënt schade lijdt en naar de rechter stapt.

De eindverantwoordelijkheid blijft bij de notaris. Altijd. Geen leveranciersovereenkomst verandert dat.

Wat overblijft als de routineklussen verdwijnen

En toch gaat het notariaat door. Door met implementeren, door met enthousiasmeren, door zonder stil te staan. Net zoals de demo doorging.

De KNB benoemt AI in het Jaarplan 2026 als speerpunt onder kwaliteitsbevordering. Begrijpelijk, in een sector met een structureel personeelstekort en een werkdruk die al jaren te hoog ligt. Maar de vraag die ik steeds vaker hoor is: hoe implementeren we dit zo snel mogelijk? Zelden: wat zit er achter de belofte van al die AI-leveranciers? Waar gaat onze data naartoe? In hoeverre klopt de output?

Vragen die niet of nauwelijks gesteld worden omdat we zo snel mogelijk het probleem van de hoge werkdruk en het personeelstekort willen oplossen.
Want werkdruk en personeelstekort zijn geen technische problemen. Het zijn symptomen van iets dat al veel langer speelt: een cultuur waarin grenzen bewaken lastig is, waarin veel impliciet blijft wat expliciet zou moeten zijn, waarin de druk hoog is en de ruimte om dat hardop te zeggen klein. Ik schreef er eerder over in dit essay. Ik blijf het zien. In kantoren, in gesprekken, in de mensen die aan mijn tafel zitten.

Automatisering kan ondersteunen, versnellen, vereenvoudigen. Maar het kan geen cultuur dragen. Het kan niet aanvoelen dat iemand iets niet begrijpt maar het niet durft te zeggen. Als AI wordt ingezet om de symptomen te verzachten zonder naar de oorzaak te kijken, lost het niets op. Dan schuiven we het voor ons uit. Met een mooiere interface.

Intussen zit die cliënt nog steeds aan mijn tafel. Haar ChatGPT-testament ligt tussen ons in. Een document waarachter een verhaal schuilt dat er nog niet in staat. Ze weet nog niet dat we vanmiddag niet gaan tekenen. Dat ik eerst vragen ga stellen die ze zelf niet had bedacht.

Doorvragen waar een ander genoegen neemt met het eerste antwoord. Dat is ons vak. Het wordt tijd dat we het ook op ons eigen AI-gebruik toepassen.

AI kan veel. Maar de juiste vraag stellen blijft mensenwerk